New Treatments | Diabetes 

Index of articles
Index | Archive | Search

New Treatments > Diabetes

Diabetes
Koolhydraten horen *NIET* thuis in het dieet van een diabetes-patient
Onder koolhydraten verstaan we voornamelijk suikers en zetmelen.

Suikers vind je in tafelsuiker, druivesuiker, poedersuiker, etc. Deze drie voorbeelden bestaan voor nagenoeg 100% uit koolhydraten. Daarnaast bevat vooral fruit veel suikers.

Zetmelen vind je in aardappelen, rijst, brood, koekjes en alle overige graanprodukten, maar ook mais bijvoorbeeld.

In een gezond lichaam, zorgt de alvleesklier er streng voor dat de bloedsuikerwaarden binnen de grenzen blijven. Dit gebeurt met insuline. De alvleesklier werkt heel simpel: Het insulinekraantje is open of dicht. Als de bloedsuikerwaarden hoger dan het basisniveau zijn, dan is het kraantje open. De insuline zorgt ervoor dat de glucose (bloedsuiker) verwerkt wordt en uit het bloed verdwijnt. Zodra de bloedsuikerwaarden weer het basisniveau bereiken, gaat het kraantje weer dicht..

Een normaal bloedsuikerniveau ligt zo tussen de 3.9 en 6.1 mmol/l (70-110 mg/dl)
Bij een gemiddelde persoon verhoogt 1 gram glucose je bloedsuikerniveau met 0,3 mmol/k (5 mg/dl) (dit is verschillend per persoon)

Even een paar voorbeeldenů

Een glas jus d'orange (of een sinaasappel)
Stel, je bloedsuikerniveau zit nu op 4,4 mmol/l (80 mg/dl)
Je drinkt een glas sinaasappelsap van ongeveer 20cl, dus 200 gram sap
Sinaasappelsap is zo'n 10% suiker, maar het kan 8% of 12% zijn..
Stel: 10% x 200 gram = 20 gram glucose
Je bloedsuikerwaarden stijgen dan dus met 20 gram x 0,3 mmol/l (5 mg/dl) = 6,0 mmol/l (100 mg/dl)
Nadat je het glas sinaasappelsap op hebt, is je bloedsuikerwaarde dus 10,4 mg/dl (180 mg/dl), oftewel hyperglykemie

Je zou dus direct na het drinken hiervan insuline moeten spuiten om het weer onder de 6,1 mmol/l (110 mg/dl) .. Maar de vraag is nu: Heb ik wel exact 20cl gedronken en bevat de sinaasappelsap deze keer niet toevallig 12% glucose..
Stel het was 12% en je hebt toevallig 22cl gedronkenů)
12% x 220 gram = 26,4 gram glucose
Stijging: 26,4 x 0,3 = 7,9 (132 mg/dl) .. Na het drinken dus: 12,3 mmol/l (212 mg/dl)
Je zult dus meer insuline moeten spuiten als dit het geval is.. Maar het zou ook 8% glucose geweest kunnen zijn en 18cl (8%x180=14,4 gram = 4,3 mmol/l (72 mg/dl) stijging = 8,7 mmol/l (152mg/dl)
Je snapt het al: Een glas sinaasappelsap bevat zoveel suiker en er zit een onzekerheid op de hoeveelheden, dat het onmogelijk is om precies de goede hoeveelheid insuline te spuiten..
Resultaat: Je spuit te veel --> Hypo of je spuit te weinig --> Hyperglykemie (schade aan ogen, zenuwen, aderen, etc, etc)

*Een voorbeeld van hoe je dit probleem kan voorkomen:
Stel je eet een maaltijd met een lekkere biefstuk (150g), een stuk kaas (50g), een grote klont boter (50g) en roergebakken andijvie (200g)..
Biefstuk bevat nul koolhydraten, kaas bevat 1% koolhydraten, boter bevat 0% koolhydraten en andijvie bevat 3% koolhydraten. Even rekenen:
150 x 0% + 50 x 1% + 50 x 0% + 200 x 3%.. Totaal: 0 + 0,5 + 0 + 6.. Dat is totaal dus 6,5 gram koolhydraten.. Die komen dus in je bloed met als resultaat een verhoging van je bloedsuiker met 6,5 x 0,3 mmol/l (5 mg/dl) = 1,95 mmol/l (32 mg/dl)
Je bloedsuiker komt dus uit op 4,4 + 1,95 = 6,35 mmol/l (80 + 32 = 112 mg/dl)
Om het nu weer terug te krijgen naar 4,3 mmol/l (80 mg/dl), kan je de precieze hoeveelheid insuline bepalen.. Zonder ook maar een klein risico dat je teveel of te weinig gebruikt. Het resultaat is dat je bloedsuikerwaarden de hele dag door binnen de perken blijft en dat je nul negatieve effecten hebt van de diabetes. Het maakt heel weinig uit of je nu 175g of 225g andijvie eet.. Het verschil is heel klein op je bloedsuiker: 225g andijvie betekent 225x3%=6,75 gram, 175g andijvie betekent 5,25 gram glucose. Oftewel: een maximaal verschil van 1,5 gram.. 1,5 gram glucose geeft een verschil van 1,5x 0,3 = 0,5 mmol/l (7,5 mg/dl) op je bloedsuikerniveau.. Dat geeft nooit een probleem..

Waarom je ook geen aardappelen en brood kan eten
Even een beetje technisch: Zetmeel is een polysaccharide, wat inhoudt dat het bestaat uit een lange keten van vaak meer dan 1000 glucosemolekulen. Je kunt het zien als een hele lange goederentrein waarbij elke wagon een glucosemolekuul voorstelt. Wanneer zetmeel blootgesteld wordt aan de sappen van de alvleesklier, wordt het zetmeel omgezet naar maltose. Maltose is een disaccharide, oftewel twee glucosemolekulen aan elkaar vast. Zie het als een vrachtwagen met aanhangwagen.. Vervolgens produceert de darmwand (duodenum, 1e stuk van dunne darm) enzymen om de maltose weer te splitsen in twee glucosemolekulen, stel twee auto's.. Deze auto's kunnen vervolgens door de darmtunnels rijden en komen in het bloed terecht.
Misschien een beetje omslachtig, maar wat ik probeer aan te geven is dat aardappelen, brood, koekjes, etc, feitelijk grote "bommen" druivensuiker zijn.
Brood bestaat voor 50% uit zetmeel, of het nou volkoren of wit brood is.. Rijst bevat zo'n 30% zetmeel, patat bevat 40% zetmeel.. Stel, je eet 4 kleine sneetjes brood van 15 gram per stuk.. In totaal dus 60 gram brood. 50% daarvan bestaat uit zetmeel.. Dus in totaal 30 gram zetmeel. Die 30 gram zetmeel wordt voor 100% omgezet naar 30 gram glucose, die vervolgens je bloedsuiker verhoogt met 10 mmol/l (150 mg/dl).. Stel, je had een waarde van 4,4 mmol/l (80mg/dl) en na het eten zit je dan dus op 14,4 mmol/l (230 mg/dl), wat al erg hoog is.. Vaak doe je echter ook koolhydraten op je boterham.. Je snapt het al.. De bloedsuikers worden extreem hoog.. En je weet dan echt niet of je de hoeveelheid insuline moet spuiten bepalen aan de hand van een bloedsuiker van exact 14,4 mmol/l (230 mg/dl) of dat hij nu 16,1 mmol/l (290 mg/dl) is..

Conclusie
De wet van de kleine getallen zorgt er bij het low-carbohydrate dieet voor dat je altijd precies weet hoeveel insuline je moet gebruiken.. De wet van de grote getallen bepaalt bij een high-carbohydrate dieet, zoals de diabetes vereniging aanraadt, dat je niet eens bij benadering kan weten hoeveel insuline je moet spuiten en dat je dus altijd ˛f te veel ˛f te weinig insuline gebruikt met alle gevolgen van dien..

N.B. Er moet ook in mindere mate rekening gehouden worden met eiwitten.
Door bij elke maaltijd de hoeveelheid eiwitten gelijk te houden, weet je hoeveel invloed dit heeft op je bloedsuikerniveau. Door gluconeogenesis worden namelijk eiwitten omgezet naar glucose.
De exacte regels vind je in het boek: Bernstein's Diabetes Solution.. Delen hiervan kan je lezen door in het hoofdmenu onder Online-Books te kijken..



Please note: The information on this website is not a recommendation for treatment. Anyone reading it should consult his/her physician before considering treatment. The author and publisher can't be held responsible for anything. Use on your own risk.

This page contains no MySQL references